Artikel
24 jul '15
24 juli '15
2 min

ICT vergroot verschillen op arbeidsmarkt

ICT wordt steeds belangrijker op de werkvloer. Hierdoor is de loonkloof tussen hoog- en laagopgeleiden groter geworden. Ook staan de middenberoepen onder druk. Dit concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in het rapport Baanpolarisatie in Nederland.

Het CPB stelt dat de groei van werkgelegenheid en lonen vooral plaats vindt aan de bovenkant van de arbeidsmarkt. Het aantal hoogopgeleiden neemt toe, maar de vraag naar hoogopgeleide medewerkers stijgt nog sneller. Het gaat om beroepen waar analytische en interactieve vaardigheden van groot belang zijn. Door de ICT-ontwikkeling is er veel vraag naar deze vaardigheden. Ook aan de onderkant groeit de werkgelegenheid, maar stijgen de lonen niet mee. Ondertussen staat er druk op de banen en lonen van mensen met een middelbare opleiding.

Middenberoepen

De werkloosheid onder middelbaaropgeleiden steeg volgens het CPB de afgelopen tijd snel. Computers kunnen inmiddels routinematig werk goed uitvoeren. Dit is altijd werk voor middelbaaropgeleiden geweest. Mensen uit deze groep doen nu vaker laagbetaald werk in het middensegment of aan de onderkant, waar ze het teruglopende aanbod van laagopgeleiden opvangen.

Andere vaardigheden

De opkomst van ICT heeft andere vaardigheden van belang gemaakt. Medewerkers met analytisch, creatief en sociaal werk profiteren van de aanwezigheid van computers. Dit is een type werk dat zich vaker bevindt aan de bovenkant van de arbeidsmarkt. Verder werken hoogopgeleiden vaker in de meest aantrekkelijke beroepen in het middensegment. De lonen voor dit soort werk stijgen vanwege een toegenomen behoefte aan niet-routinematige vaardigheden.

Inzet op onderwijs

Vooral medewerkers met alleen een havo- of vwo-opleiding krijgen het volgens het CPB moeilijker. Zij kunnen hun eigen inzetbaarheid vergroten door minstens een mbo4- of zelfs een hbo-opleiding af te ronden. Voor oudere medewerkers kan mobiliteit of omscholing helpen. Daarnaast kan het onderwijs beter inspelen op de vraag naar analytische en interactieve vaardigheden.

Bronnen: NU.nl, CPB