Interview
24 feb '26
24 februari '26
5 min

“Praktisch talent is de toekomst, maar HR kijkt nog altijd naar diploma’s”

Van Europarlementariër tot vuilnisman en opiniemaker. Een loopbaan die voor velen als verrassend zal klinken, maar voor Quin Blokzijl niet meer dan logisch is. Al op jonge leeftijd leert hij aan de keukentafel dat waardering op diplomaniveau wordt bepaald en niet draait om vakmanschap of menselijkheid. Dat vormt zijn loopbaan en bewust kiest hij dan ook voor een mbo-opleiding. Later wordt dat zijn persoonlijke missie: opkomen voor praktisch geschoolden.  

Die missie blijft niet onopgemerkt, want onlangs werd hij verkozen tot LinkedIn Top Voice als een van de vernieuwende stemmen met gedurfde ideeën en frisse perspectieven. Een onderscheiding waar Quin niet mee bezig was, maar het is wel een bijzondere erkenning voor zijn missie. 

Groot stigma op praktische beroepen 

In de huidige maatschappij leven we in een wereld waarin diploma’s hoger worden gewaardeerd dan skills. Tegelijkertijd klinkt er een roep om mensen die kunnen maken, oplossen en bouwen. Het stigma dat op praktisch werk rust, is groot. Dat ondervindt ook Quin: “Toen ik na mijn tijd in Brussel als assistent bij het Europees Parlement besluit als vuilnisman te gaan werken, verklaarde iedereen mij voor gek. Maar het Europarlement was voor mij onderdeel van mijn missie. Het werk als vuilnisman geeft mij zoveel meer voldoening. Ik sta midden in het leven en geniet iedere keer als ik ’s ochtends de zon op zie komen, onderweg gesprekken met de meest uiteenlopende mensen heb en na afloop de straten weer schoon zijn.”  

Het Trends in HR-onderzoek laat zien dat ontwikkeling en inzetbaarheid centraal staan in 2026. Die focus sluit aan bij een bredere beweging in HR waarin skills steeds zwaarder wegen dan formele diploma’s. 

“We hebben een arbitraire manier van kwalificeren” 

Van Brussel naar de vuilniswagen 

Als mbo’er voldoet hij niet aan de toelatingseisen voor een stage bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij schrijft zich – met dit doel voor ogen – kort in bij een hbo-opleiding en wordt aangenomen. Later is hij de eerste mbo-geschoolde assistent bij het Europees Parlement. “Ik zie daar de verbaasde blikken nog voor me van collega’s die aan Harvard hadden gestudeerd, wanneer ze vroegen van welke universiteit ik kwam en ik antwoordde dat ik een mbo-achtergrond heb.” Voor Quin een bewijs dat er wordt neergekeken op praktisch geschoolden. “Toen ik voor een andere richting koos, kreeg ik opeens meerdere banen op wo-niveau aangeboden.” Een mooi, maar tegelijk pijnlijk compliment. “We hebben een arbitraire manier van iemand kwalificeren. Een diploma zegt niets over de persoon en over hoe hij functioneert. Een groot deel van de bevolking wordt hierdoor buitengesloten. Terwijl we juist nu meer dan ooit empathie en emotionele intelligentie nodig hebben.” Die ervaringen vormen de basis voor zijn bredere kritiek op de manier waarop we in Nederland talent waarderen. 

“Een diploma zegt niets over wie je bent” 

Quin durft niet alleen het stigma te doorbreken en misstanden in kaart te brengen, maar denkt ook na over de vervolgstappen. “Organisaties zouden veel minder op diploma’s moeten selecteren en meer op persoon, ervaring en karakter. Welke kwaliteiten neemt hij mee en zijn passend voor de functie? Een opleiding kán relevant zijn, maar hoeft niet doorslaggevend te zijn.  

Die opmerking raakt de kern van een groeiende beweging binnen HR: selecteren op potentieel in plaats van op papier. Het vraagt organisaties om anders te kijken, anders te werven en anders te waarderen. 

“Als we kijken naar de toekomst en de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de invloed van technologie hierop, ben ik ervan overtuigd dat praktische beroepen de toekomst hebben. School en werk zullen over een aantal jaar echt fundamenteel anders zijn.” 

Ook pleit Quin voor een andere kijk op leiderschap. “Niet diegene die het hardst schreeuwt verdient automatisch promotie zoals dat nu vaak wel het geval is. En dat is een gemist potentieel.” 

Vuilnisman als rolmodel 

Naast zijn baan op straat is Quin ook opiniemaker, spreker en trainer. Op een natuurlijke manier kan hij misstanden aankaarten. “Ik breng de valse idealen over steeds hogere functies willen bekleden en meer geld willen verdienen in beeld. Op social media hoor ik vaak van jongeren dat ze dankzij mijn verhaal durven kiezen voor de opleiding die hén gelukkig maakt. Het dwingt ons echt anders tot nadenken.” Die combinatie van werk en missie maakt dat Quin onbewust een rolmodel wordt voor jongeren. 

“Een diplomaat, politicus of ambtenaar moeten eens dit soort werk doen” 

Quin is zich ervan bewust dat hij niet alleen de wereld kan veranderen en dat de politiek hier ook een grote rol in speelt, maar dat weerhoudt hem er niet van om met zijn missie verder te gaan. “De maatschappij zelf kan ook veel veranderen. We kunnen de enerzijds theoretische wereld met de anderzijds praktische wereld gaan verbinden. Door eens een dag van baan te wisselen, ontstaat er een uitwisseling en beweging tussen die twee werelden. Want het draait niet alleen om je diploma, mensen zijn geneigd zichzelf te identificeren met de wereld waarin ze werken. Dat is een manier van denken die moet worden doorbroken.” 

De missie is nog niet klaar 

Hij heeft zelf een belangrijke bijdrage geleverd aan die beweging en precies dat laat hij met zijn werk zien. “Als ik maar een klein beetje het denken van mensen heb kunnen veranderen en iets heb kunnen bijdragen aan de discussie rondom praktische beroepen en het loslaten van diploma’s, dan maakt mij dat trots, maar mijn missie is nog lang niet volbracht.” 

Femke Beemer
Hoofdredacteur