Artikel
3 feb '15
3 februari '15
2 min

Sterke daling arbeidspar­ti­ci­patie jongeren tussen 2008 en 2013

De arbeidsdeelname van jongeren van 15 tot 27 jaar die geen opleiding meer volgen, daalde duidelijk tussen 2008 en 2013. De meeste kans op werk is er na het volgen van leraren- en docentenopleidingen, opleidingen in gezondheidszorg en welzijn en technische opleidingen. Dit blijkt uit cijfers van het CBS.

De afname van de arbeidsdeelname van niet-onderwijsvolgende jongeren van 15 tot 27 jaar was het sterkst voor jonge mannen. Ruim drie kwart van hen hoorde in 2013 bij de werkzame beroepsbevolking, in 2008 was dat nog 87 procent. De arbeidsparticipatie van jonge vrouwen daalde van 80 procent in 2008 naar 72 procent in 2013. De arbeidsdeelname van jonge mannen is gemiddeld groter dan die van jonge vrouwen. In een periode van laagconjunctuur zijn de verschillen echter meestal kleiner.

Kans op werk

De meeste kans op werk is er na het volgen van leraren- en docentenopleidingen, opleidingen in gezondheidszorg en welzijn en technische opleidingen. Met een algemene opleiding (vmbo-tl/gl, havo, vwo) is het voor jongeren moeilijker om aan betaald werk te komen.

Jonge mannen vinden het vaakst betaald werk als zij een opleiding hebben gevolgd in de gezondheidszorg en welzijn, op technisch gebied, op het terrein van openbare orde en veiligheid of bij de krijgsmacht. Voor jonge vrouwen is er vaak een baan als ze zijn opgeleid op het gebied van gezondheidszorg en welzijn, economisch-juridisch werk en onderwijs.

Onderwijsniveau

Niet geheel verrassend is dat het krijgen van betaald werk voor een belangrijk deel samenhangt met het onderwijsniveau. Jongeren met een hbo- of een wo-diploma hebben verreweg het meest een betaalde baan. De arbeidsdeelname van vrouwen met een vmbo tl- of vmbo gl-opleiding (gl staat voor gemengde leerwet en tl voor theoretische leerweg, dit zijn brede opleidingen) is relatief hoog vergeleken met de deelname van vrouwen met een beroepsgerichte vmbo-opleiding. Dat is opvallend omdat jongeren met een algemene opleiding meestal minder vaak werk hebben dan jongeren met een specifieke opleiding.

Hbo- en wo-opleidingen

Van de hbo- en wo-opleidingen leiden opleidingen voor werk in het onderwijs het vaakst tot een betaalde baan. De arbeidsparticipatie van vrouwen met een onderwijsgerichte opleiding op minstens hbo-niveau is met 96 procent verreweg het hoogst. Op het hoogste onderwijsniveau is de arbeidsdeelname van mannen en vrouwen ongeveer even hoog. Alleen op technisch gebied hebben vrouwen minder vaak een betaalde baan dan mannen.

Bron: CBS en bijbehorend rapport.