Artikel
2 apr '12
2 april '12
3 min

Arbeidsre­la­ties en apengedrag

Bij het woord relatie denken veel mensen aan een liefdesrelatie. Niet zo gek natuurlijk want dat is voor velen één van de belangrijkste relaties in hun leven. Toch besteden velen van u ook de nodige uren per week aan een andere relatie. De arbeidsrelatie. Driesje, de geadopteerde aap van Driessen, gunt u een blik in haar kolonie en vertelt hoe zij omgaan met het begrip ‘relaties’.

Driesje: “Tijd, het is allemaal een kwestie van tijd en investeren, probeer ik die dominante kerels tussen de oren te krijgen. Als je iets wilt opbouwen moet je tijd nemen om lekker te vlooien . Ze voelen zich al heel wat als ze een paar vruchten over laten voor de anderen of zich eens bereidwillig omdraaien om diegene die hun rug al uren krabt ook eens over de bol te aaien. Maar het gaat om meer: aandacht!

Pas nog hadden we een machtswisseling. Ik zag het al weken aankomen, ik heb ook nog gewaarschuwd, maar ja het paste niet in het straatje van de grote mannen en dan willen ze niet luisteren. Ik heb ze verteld dat ze te weinig aandacht gaven aan iedereen, het kan echt geen kwaad om af en toe een half uurtje te vlooien. Maar niet luisteren en dan komt de dag dat niemand meer dat dominante gedoe accepteert. En wie heeft de positie overgenomen: juist onze jonge oppervlooier. Eerlijk is eerlijk, ik heb hem een beetje geholpen anders had hij daar nu niet gezeten, maar dat zal zich ook wel terug betalen. Hij heeft tenminste aandacht voor iedereen. In elke groep gaat hij langs, deelt eten, vlooit regelmatig, neemt het op voor vrouwen en ondergeschikten.

Kijk Muzungu als je iets wilt bereiken moet je relaties opbouwen, je moet investeren. Jullie kwetteren en linken en zijn trots op het aantal volgers en linkjes dat je hebt, maar hoeveel echte relaties ga je aan? Met hoeveel andere muzungu’s neem je de tijd om te vlooien en te delen? Hoe vaak kunnen die andere witte apen erop vertrouwen dat je klaar voor ze staat?
De enige die hier in Kibale kwetteren zijn de vogels, ik hoor ze wel, maar dat betekent niet dat ik een relatie met ze heb. Nou ja, als ik ze te pakken krijg wil ik ze wel opeten, voor mij een welkome relatie met die herrieschoppers.

Bedenk: het is altijd voor wat hoort wat. We hebben er hier ook rondlopen die onmiddellijk komen aanslingeren als ze opwinding horen in de hoop dat er iets te eten valt. Ze steken altijd bedelend hun handen uit, maar als ze zelf iets vinden zitten ze stilletjes zich vol te schransen zonder te delen. Ze gaan voortdurend voor je voeten liggen om gevlooid te worden, maar als jij gevlooid wil worden hebben ze opeens haast en zijn ze weg. Of als er herrie in de tent is, komen ze gillend aan je kop zeuren om steun. Maar als jij effe een steuntje in de rug nodig hebt zijn ze nergens te bekennen. Klaplopers zijn het en dan maar klagen dat ze alleen staan.

Als ik erover nadenk zou relaties een werkwoord moeten zijn, ik sloof me er de hele dag voor uit. Ik word er al moe van als ik erover praat, het wordt tijd dat ik iemand opzoek die mijn rug kan krabben, ik ben toe aan een goede vlooibeurt. Hakuna Matata!”