Artikel
19 aug '21
19 augustus '21
3 min

Welk mobiliteits­be­leid geldt er in het onderwijs?

Werken in het onderwijs vraagt om flexibiliteit. De onderwijssector is voortdurend in beweging. Om de kwaliteit van het onderwijs te behouden, moet de juiste medewerker op de juiste plek zitten. In een veranderende werkomgeving is het logisch dat medewerkers niet altijd in dezelfde functie werkzaam blijven. Een goed mobiliteitsbeleid biedt kaders en handvatten om de mobiliteit in een organisatie in goede banen te leiden.

Focus op mobiliteit in het primair onderwijs

In de CAO voor het primair onderwijs is geen algemeen mobiliteitsbeleid opgenomen. Wel is de laatste jaren de focus steeds meer komen te liggen op mobiliteit. Van schooldirecteuren wordt verwacht dat ze een mobiliteitsbeleid ontwikkelen en een actieve en stimulerende rol in nemen. Uiteraard blijven medewerkers zelf verantwoordelijk voor hun eigen loopbaanontwikkeling. Zo kunnen zij het basisbudget voor duurzame inzetbaarheid inzetten om zich te oriënteren op mobiliteit.

Lees ook: Duurzame inzetbaarheid in het onderwijs (door Mensium)

Uitgangspunten voor mobiliteit in het onderwijs

Bij het ontwikkelen van mobiliteitsbeleid kunnen werkgevers en HR-professionals in het onderwijs de volgende uitgangspunten in gedachten houden:

  • Een bredere inzetbaarheid van werknemers: wanneer medewerkers breder inzetbaar zijn, vergroot dit de flexibiliteit van de organisatie. Daarnaast stimuleert dit de persoonlijke groei en ontwikkeling van de medewerker.
  • Duurzame inzetbaarheid: onderwijsprofessionals moeten steeds langer werken. Dit vergt een hoge mate van vitaliteit en motivatie. Mobiliteit biedt medewerkers ruimte voor eigen initiatief.
  • Het verbeteren van het loopbaanperspectief: mobiliteit geeft kansen aan medewerkers, zodat ze kunnen groeien op professioneel gebied.
  • Waarborgen van het werkplezier: mobiliteit in het onderwijs zorgt ervoor dat medewerkers uitgedaagd en tevreden blijven. Persoonlijke drijfveren kunnen afgestemd worden met de organisatiedoelen.
  • Voorkomen van werkloosheid: medewerkers blijven inzetbaar, al dan niet in het onderwijs.
  • Voorkomen van ziekteverzuim: mobiele medewerkers blijven minder lang zitten op een plek waar ze het niet prettig hebben.

Lees ook: Outplacement in het primair onderwijs (door Mensium)

Mobiliteit in het onderwijs op gang brengen

Om het mobiliteitsbeleid uit te voeren en de mobiliteit op gang te brengen, kunnen verschillende hulpmiddelen worden ingezet:

  • Invoeren van een loopbaan-APK: het kan goed zijn om eens per drie of vijf jaar medewerkers opnieuw te keuren.
  • Organiseren van informatiebijeenkomsten: ervaringsdeskundigen kunnen vertellen over de ontwikkelingen in hun loopbaan. Wat zijn de mogelijkheden en welke voordelen bieden deze?
  • Leerkrachten jaarlijks laten meedraaien op een andere school.
  • Vacatures beter inzetten.

Gedwongen mobiliteit in het onderwijs

Bovengenoemde hulpmiddelen kunnen gedwongen of verplichte, mobiliteit voorkomen. Wanneer vrijwillige mobiliteit niet mogelijk is, kan het bestuur van een stichting volgens artikel 10.6 CAO-PO overgaan tot gedwongen mobiliteit (bijvoorbeeld vanwege boventalligheid) binnen de eigen stichting.

Meer weten? Download kosteloos de whitepaper ‘Mobiliteit in het onderwijs’.