De inzet van zzp’ers blijft belangrijk voor wendbaarheid en specialistische slagkracht in organisaties, maar vraagt om strakke regie en zorgvuldige toetsing. Hoewel eind december 2025 is besloten dat de Belastingdienst in 2026 nog geen verzuimboetes oplegt, kan de Belastingdienst wel zogenaamde vergrijpboetes opleggen aan organisaties die zich opzettelijk niet aan de regels voor de inzet van zzp’ers houden.
De handhaving op schijnzelfstandigheid start in 2026 met een bedrijfsbezoek, waarbij wordt ingezet op het goede gesprek en vertrouwen. Op die manier krijgen organisaties de mogelijkheid om hun bedrijfsvoering te verbeteren. Naheffingen blijven mogelijk voor de periode vanaf 1 januari 2025. Vanaf 1 januari 2027 vervalt de zachte landing en geldt volledige handhaving.
Hoewel er op dit moment nog een gedeeltelijke verlenging van de zachte landing geldt, blijft het voor HR en inkoop essentieel om je af te vragen of de inzet van zzp’ers echt past bij de manier waarop er wordt samengewerkt. Inhuurspecialist Haert legt uit hoe het ook alweer werkt.
De Wet DBA regelt de fiscale gevolgen van arbeidsrelaties tussen opdrachtgevers en zelfstandigen. Veel mensen denken dat deze wet schijnzelfstandigheid voorkomt, maar dat is een misvatting. De wet bevat vooral uitzonderingen op de loonbelastingwetgeving. De Belastingdienst beoordeelt arbeidsrelaties op basis van het arbeidsrecht: is er sprake van gezagsverhouding, verplichting tot persoonlijke arbeid en loon? Dan is er een arbeidsovereenkomst. De Wet DBA bepaalt hoe opdrachtgevers met deze situatie moeten omgaan.
Een van de grootste risico’s bij externe inhuur is schijnzelfstandigheid: een situatie waarin iemand als zzp’er wordt ingehuurd, maar in de praktijk werkt als medewerker. Gezien de gevolgen is het belangrijk om te begrijpen wanneer er sprake is van een dienstverband en hoe je dat kunt voorkomen.
Dat vraagt dus om meer dan een goed contract. De Belastingdienst beoordeelt arbeidsrelaties namelijk niet op basis van wat er op papier staat, maar op basis van de feitelijke werksituatie. Is er sprake van:
Als deze drie elementen aanwezig zijn, is er juridisch sprake van een dienstverband. En dan moet de opdrachtgever loonbelasting afdragen, met alle gevolgen van dien.
De Hoge Raad bevestigde in de Deliveroo-zaak dat de praktijk zwaarder weegt dan papier. Ook wanneer je iemand formeel als zzp’er contracteert, kan het in de feitelijke werksituatie gewoon een dienstverband zijn. In dat arrest benoemde de Hoge Raad negen gezichtspunten die helpen om de aard van de relatie te duiden. Sindsdien zijn dit de vaste ijkpunten in procedures over schijnzelfstandigheid.
Voorbeeld: een beleidsadviseur die al twee jaar drie dagen per week in het team meedraait, interne middelen gebruikt en zich niet laat vervangen, loopt een reëel risico op kwalificatie als werknemer.
Veel risico’s ontstaan niet bij de intentie, maar bij de uitvoering. In organisaties werken HR, inkoop en juridische zaken vaak goed, maar niet altijd volledig geïntegreerd samen. Het gevolg is een contractvorm die niet past bij de dagelijkse realiteit, of signalen die te laat op tafel komen.
Richt daarom één integrale toets in waarbij HR kijkt naar de aard van het werk, inkoop naar rechtmatigheid en contractvorm en juridisch op arbeidsrechtelijke duiding. Dit vergroot grip én verkleint het risico op schijnzelfstandigheid.
De Wet VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelatie) is toekomstige wetgeving die extra houvast moet bieden. Een belangrijk element is het rechtsvermoeden: bij een uurtarief onder een bepaalde grens (op 1 januari 2026: 36 euro) moet de opdrachtgever aantonen dat géén sprake is van een dienstverband. De gedachte daarachter is dat onder dit niveau het lastig is om alle ondernemerslasten te dragen, dus is de kans op feitelijk werknemerschap groter. Dit kan de kwalificatie-discussie versnellen en verduidelijken. De Wet VBAR zou ingaan op 1 januari 2026, maar is nog steeds een wetsvoorstel en dus niet definitief.
Doe het volgende om boetes en naheffingen bij de inzet van zzp’ers te voorkomen:
Externe inhuur raakt de kern van hoe organisaties hun personele capaciteit organiseren. Door externe inhuur zorgvuldig te toetsen en juridisch correct vorm te geven, voorkom je risico’s én bouw je aan continuïteit.
Grip op inhuur betekent weten wie je inhuurt, onder welke voorwaarden, en met welk doel. Het is geen juridische luxe, maar een strategische noodzaak. Alleen door regie te nemen over het hele inhuurproces, van opdrachtformulering tot contractvorm, kunnen organisaties wendbaar blijven en risico’s beheersen.
Dit artikel is geschreven door Haert, inhuurspecialist voor de (semi) publieke sector.
Meer weten over het voorkomen van schijnzelfstandigheid?
Dit handzame boekje biedt een praktisch én verdiepend kompas om bewust op externe inhuur te sturen.