Artikel
31 jul '26
31 juli '26
6 min

Zo voorkom je dat werkgeluk een HR-project blijft

Een gezellige teamdag of een goedgevuld kerstpakket zijn leuk, maar daarmee heeft een organisatie nog geen cultuur waarin medewerkers duurzaam werkgeluk ervaren. Bij onderwijsorganisatie Skopos zijn ze zich daar zeer bewust van. Hoe maken zij werkgeluk structureel onderdeel van hun organisatie?

Skopos is het samenwerkingsbestuur voor katholiek en openbaar onderwijs in Schijndel. Het thema werkgeluk kreeg er een impuls toen een directeur de opleiding tot werkgelukdeskundige bij het HappinessBureau volgde en de eerste ideeën binnen zijn school in de praktijk bracht. Daarna ontstond een focusgroep met vijf medewerkers, die dezelfde opleiding volgden. Inmiddels zijn alle scholen in de groep vertegenwoordigd, worden werkgelukmetingen uitgevoerd en pakken scholen zowel gezamenlijke als lokale verbeterpunten op. Zo groeide werkgeluk van het enthousiasme van enkele voorlopers naar een organisatiebrede werkwijze.

“Werkgeluk zit niet in spullen, maar in je cultuur en onderstroom,” zegt Caroline Nicodem, interim-teamcoördinator op basisschool De Heijcant. “Dat kun je niet bestellen bij een evenementenbureau.” Wat kun je dan wel doen? De aanpak van Skopos levert vier lessen op.

1. Zorg voor draagvlak bij het leiderschap

Bij Skopos begon de beweging bij een directeur, maar daar bleef het niet bij. Volgens brugfunctionaris Marieke van Creij wordt het onderwerp door alle leidinggevenden gedragen. Veel van hen nemen bovendien zelf deel aan de focusgroep. “Ideeën blijven daardoor niet op papier staan, maar worden uitgevoerd.”

Nicodem: “Leidinggevenden spelen daarin een grote rol. We hebben twee keer per jaar kompasgesprekken en daarin komt werkgeluk terug, ook al noemen we het niet zo. Het gaat om interesse tonen en kijken wat iemand nodig heeft. Dat maakt echt verschil.”

Die betrokkenheid is ook zichtbaar wanneer onderwerpen buiten de invloed van de focusgroep vallen. Werkdruk is daar een voorbeeld van. “Je wilt er iets mee, maar het is moeilijk om daar als focusgroep echt op te sturen,” zegt Van Creij. Daarom is het onderwerp ingebracht bij het leidersberaad, waar besluiten over formatie en organisatiebrede afspraken thuishoren.

Bestuurlijke steun alleen is dus onvoldoende. Leidinggevenden moeten het onderwerp zichtbaar maken in besluiten, gesprekken en de dagelijkse aansturing.

2. Betrek alle onderdelen van de organisatie

De focusgroep bij Skopos bestaat uit vertegenwoordigers van alle scholen. De leden komen op vaste momenten bij elkaar, delen ideeën via WhatsApp en Teams en nemen aandachtspunten mee terug naar hun eigen school.

“Binnen je eigen school kun je veel doen, maar voor grotere onderwerpen heb je anderen nodig om mee te sparren,” zegt Nicodem. “Hoe pak jij dit aan? Waar is een andere school goed in? Dan kun je inspiratie ophalen.”

Zo voorkomt Skopos dat werkgeluk een initiatief van één school, één leidinggevende of alleen HR blijft. De opleiding tot werkgelukdeskundige helpt om een gedeelde basis te creëren. “Daardoor heb je hetzelfde referentiekader,” aldus Van Creij.

Elk organisatieonderdeel moet dus een duidelijke route hebben om ervaringen, ideeën en problemen in te brengen. Vertegenwoordigers moeten bovendien niet alleen centraal meepraten, maar ook lokaal acties kunnen uitvoeren en daarover terugkoppelen.

3. Meet wat medewerkers ervaren en doe iets met de uitkomsten

Om het werkgeluk in kaart te brengen, voerde Skopos eerst een nulmeting uit en twee jaar later een vervolgmeting. De focusgroep nam de rapportage door, vergeleek scholen en zocht naar patronen die organisatiebreed speelden. Zo bleek het inwerken van nieuwe collega’s op alle scholen een aandachtspunt. “Juist door te meten en de resultaten te analyseren, begrijp je aan welke knoppen je kunt draaien,” zegt Van Creij.

Een medewerkersonderzoek draagt alleen bij aan werkgeluk wanneer medewerkers merken dat hun antwoorden gevolgen hebben. Maak daarom vóór de meting afspraken over de opvolging: wie analyseert de resultaten, hoe worden prioriteiten gekozen, wanneer volgt terugkoppeling en wie is verantwoordelijk voor de uitvoering?

“Ideeën van medewerkers worden serieus genomen. Dat zorgt voor een cultuur waarin mensen zich gezien voelen,” zegt Van Creij. “Het belangrijkste is dat we aandacht hebben voor elkaar. Zorg voor verbinding en oprechte interesse in elkaar. Als je weet wat er speelt, lever je een echte bijdrage aan iemands werkplezier.”

4. Richt je op het dagelijkse werk

Skopos organiseert nog steeds leuke activiteiten. Maar de organisatie ziet zulke momenten niet als de kern van een positieve werkcultuur. “Ik ben mij gaan realiseren dat het niet alleen gaat om slingers ophangen en leuke activiteiten organiseren,” zegt Van Creij. “Werkgeluk zit niet in perfecte dagen, maar juist ook in betekenisvolle momenten die je met elkaar hebt.”
“Het gaat om samen kijken hoe je het werk prettiger maakt en dingen slimmer kunt organiseren,” vult Nicodem aan. “Het betekent niet dat alles leuk is. Ongeveer 80 tot 85 procent van je werk moet prettig zijn, maar er blijft altijd een deel over dat gewoon moet. De kern zit in hoe je daarmee omgaat: het gesprek aangaan, uitleg geven, samen zoeken naar oplossingen en nadenken over hoe dingen makkelijker, slimmer of efficiënter kunnen.”
De toets voor HR is dus: merken medewerkers de aanpak alleen tijdens een activiteit, of ook op een gewone werkdag?

Van verkennen naar verankeren

De aanpak van Skopos sluit aan bij de Roadmap Werkgeluk uit het boek Word een woest aantrekkelijke werkgever met werkgeluk. Die roadmap onderscheidt drie fasen: verkennen, veranderen en verankeren. Die ontwikkeling is goed te herkennen in de manier waarop Skopos werkgeluk heeft aangepakt. Eerst bouw je kennis op en onderzoek je wat medewerkers ervaren. Vervolgens betrek je leidinggevenden en medewerkers bij activiteiten en verbeteringen. Ten slotte geef je werkgeluk een plek in bestaande processen en blijf je meten en bijsturen. De roadmap benadrukt daarmee dat werkgeluk geen losse interventie is, maar een cyclisch veranderproces. Na iedere meting of nieuwe ervaring kan opnieuw blijken waar aanpassing nodig is.

Bij Skopos zijn alle drie de fasen herkenbaar: opleidingen en metingen, brede betrokkenheid bij de uitvoering en aandacht voor terugkerende werkprocessen. Daarmee wordt werkgeluk geen project met een einddatum, maar onderdeel van de manier waarop de organisatie dagelijks werkt en blijft verbeteren. Nicodem: “Werkgeluk is een reis, geen bestemming.”

Gea Peper is werkgeluk expert, keynote speaker en oprichter van het HappinessBureau, dat als doel heeft werkgeluk in organisaties (verder) te vergroten. Ze is hoofddocent van de opleiding Werkgelukdeskundige en co-auteur van de bestsellers Word een Woest aantrekkelijke Werkgever met Werkgeluk en Employee Experience – Happy People Better Business.