Driessen is een familiebedrijf, zoals u misschien weet. Waar er voorheen vaak een wat muffig en ouderwets beeld bestond van familiebedrijven, is het imago er de laatste jaren op vooruit gegaan. Ik vind dat volledig terecht. Waar veel grote corporate beursgenoteerde bedrijven het zwaar hebben gehad, in buitenlandse handen terecht zijn gekomen of flink gesaneerd zijn, hebben de afgelopen 5-10 jaar familiebedrijven laten zien dat ze, juist in spannende tijden van crisis en onzekerheid, als geen ander in staat zijn om ‘gewoon’ door te gaan. En in sommige gevallen zelfs fors te groeien.

Er is de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar de redenen waarom zoveel familiebedrijven het relatief gezien zo goed doen. Als ik deze onderzoeken aan vul met mijn eigen ervaringen, dan denk ik dat een aantal zaken een belangrijke bijdrage leveren aan het succes van familiebedrijven:

  • Voor mijn gevoel is, binnen de context van familiebedrijven, financieel en commercieel succes in de kern meer een middel dan een doel. Dat besef zit sterk verankerd in de genen van veel familiebedrijven. Familiebedrijven zijn vaak gericht op het realiseren van continuïteit voor de lange termijn, zowel voor het bedrijf als de mensen die er werken. Dat betekent dat het rendement voor de korte termijn minder leidend is dan bij extern gefinancierde bedrijven. Bijkomend voordeel is dat er over dat rendement aan niemand verantwoording afgelegd hoeft te worden, behalve aan de eigenaren van het familiebedrijf zelf. En dat scheelt heel veel gedoe, onrust en bitterballen die geserveerd dienen te worden tijdens grootschalige aandeelhoudersvergaderingen.
  • Succesvolle familiebedrijven verstaan de kunst om actief mee te bewegen met de veranderende wereld, zonder daarbij voortdurend genoodzaakt te zijn om intern grote koerswijzigingen, veranderingen in de leiding en/of reorganisaties door te voeren. Voor familiebedrijven verandert er net zoveel in de wereld als voor extern gefinancierde bedrijven; ze gaan er echter op een andere manier mee om. Het combineren van enerzijds extern aanpassingsvermogen, met anderzijds behoud van een sterke interne consistente lijn blijkt een beproefd recept voor continuïteit.
  • Wellicht het belangrijkste unieke element van veel familiebedrijven is het gevoel dat leeft binnen de organisatie. Een sterke en onderscheidende cultuur, waar je wel of niet in past. Een familiebedrijf, groot of klein, lijkt in sfeer en kleur vaak meer op een dorp dan op een stad. Met een sterke sociale context, mensen die Goed Bekend zijn met elkaar, zichtbare leiders en een duidelijk eigen DNA. Een DNA dat gekoesterd en gecultiveerd wordt, omdat dat juist bepalend is voor de mensen die er op bezoek komen, werken en zich er thuis voelen.

Voor mijn gevoel kunnen organisaties in de publieke sector veel van familiebedrijven leren. Ik hoop dan ook dat zij zich meer en meer gaan gedragen en organiseren als trots familiebedrijf, met het oog op duurzame en realistische continuïteit voor de lange termijn, en zich niet laten verleiden om, mede onder druk van ‘snel politiek scoren’, zich teveel gaan gedragen en organiseren als de grote corporate extern gefinancierde ondernemingen. Een familiebedrijf met een sterke eigen kleur en cultuur, dat juist in dienst staat van de mensen die zich iedere dag met hart en ziel inzetten voor de publieke zaak.

PS: Zoals u wellicht weet heb ik maar één ding onthouden van mijn studie Personeelswetenschappen: happy employees make happy customers. En daarom ben ik ontzettend blij met de resultaten uit de recente onderzoeken van TNS Nipo onder onze eigen medewerkers, relaties en flexibele medewerkers. Hieruit blijkt dat onze mensen ook in 2015 weer het verschil hebben gemaakt. Meer lezen over deze onderzoeken? Kijk op pagina 13.

Deze column is verschenen in de maart-editie van het magazine Driessen Persoonlijk.