Artikel
2 nov '16
2 november '16
2 min

Meeste mannelijke pabo’ers zijn geen basisschool­le­raar

Het grootste deel (63 procent) van de werkende mannen die de pabo hebben gedaan, is geen leraar in het basisonderwijs. Dat is bij vrouwen minder dan de helft (43 procent). De mannelijke pabo’ers hebben echter wel vaak een andere functie in het onderwijs. Onderzoek van CBS laat dit zien.

Het aandeel mannelijke leerkrachten in het basisonderwijs neemt al jaren af. Tegelijk volgen steeds meer mannen de pabo. Een groot deel van de mannen die de pabo hebben afgerond, staat echter uiteindelijk niet voor de klas.

Ander werk dan leraar

Mannen die een pabodiploma hebben behaald, doen vaker dan vrouwen ander werk dan leraar in het basisonderwijs. In 2015 waren er binnen de werkzame beroepsbevolking 27 duizend mannen en 114 duizend vrouwen met de pabo als hoogst behaalde opleiding. Van de mannelijke pabo’ers was 37 procent leerkracht in het basisonderwijs, terwijl 63 procent een andere baan had. Bij de vrouwen was dit 57 en 43 procent.

Werkzaam in het onderwijs

De meerderheid van zowel de mannelijke (61 procent) als vrouwelijke (74 procent) pabo’ers werkt in het onderwijs. Ze doen dat als basisschoolleerkracht, maar ook bijvoorbeeld als docent in het voortgezet onderwijs. Ook stromen mannen vaker door naar een management- of adviesbaan in het onderwijs. Vrouwen hebben vaker werk in de kinderopvang of als onderwijsassistent.

Meer mannelijke pabo-studenten

Het aantal en het aandeel mannen dat de pabo volgt, stijgt. Vanaf het studiejaar 2012/’13 neemt het aantal mannelijke eerstejaarsstudenten toe. Dat ligt nog wel lager dan tien jaar geleden. Relatief gezien stijgt het aantal mannelijke starters aan de pabo al langer. Tien jaar geleden volgden namelijk veel meer studenten de lerarenopleiding en vooral veel meer vrouwelijke. Momenteel is 20 procent van de eerstejaarsstudenten mannelijk. Dat was 15 procent in 2005. Wel stoppen jongens vaker dan meisjes voortijdig met de pabo.

Niet alleen in Nederland

Het is niet typisch Nederlands dat er duidelijk minder mannen voor de klas staan in het basisonderwijs dan vrouwen. Uit de meest recente cijfers van Eurostat blijkt dat in een aantal Oost-Europese landen nog minder mannen basisschoolleraar zijn. Daarnaast was in Italië in 2014 slechts 4 procent van de basisschoolleerkrachten een man. Denemarken en Griekenland kennen relatief de meeste mannelijke leraren op basisscholen. Ook daar zijn echter slechts drie van de tien leerkrachten mannen. In Nederland is 14,1 procent van de basisschoolleraren een man.

Bronnen: CBS, Eurostat