Artikel
9 apr '15
9 april '15
3 min

Duurzame inzetbaarheid tijdens de derde werkfase

Tegenwoordig ben je op je 50e pas op twee derde van je werkend leven. Ondanks de neiging om al af te gaan bouwen, heeft men nog aardig wat werkjaren voor de boeg. Hoe kun je er als P&O-er voor zorgen dat ook de medewerkers in de derde werkfase duurzaam inzetbaar blijven? Bedrijfspsycholoog Felix Steemers van de VU Amsterdam vertelde over zijn onderzoek ‘Blijvende inzetbaarheid in langere loopbanen’ tijdens het HRinspiratie congres in Zeist.

Blijvende inzetbaarheid

Volgens Steemers nemen onze fysieke en mentale mogelijkheden niet veel af tot we ons 75e levensjaar bereiken. Toch hebben we een thema gemaakt van blijvende inzetbaarheid en hebben we de neiging om ‘oudere medewerkers’ te ontlasten. Dit doen we bijvoorbeeld door middel van een levensfasebewust personeelsbeleid. Volgens Steemers heeft het weinig zin om te voorspellen wat je later zowel fysiek als mentaal nog kunt bereiken, dat is namelijk bijna niet te doen. Het is dus zaak om te bepalen wat je hier en nu kunt realiseren. Het ‘daar en dan’ komt vanzelf vanuit het ‘hier en nu’.

Meerdere brillen

Steemers stelt dat we in de loop der jaren meerdere brillen over elkaar opzetten. Deze brillen staan voor de ervaringen die input zijn voor onze mentale bagage. Een verandering van baan kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat je ineens andere overtuigingen moet uitdragen. De mentale bagage die je meeneemt is vaak in contrast met elkaar waardoor je op een gegeven moment ‘niets meer ziet’. Dit effect wordt het sterkst rond je 40e levensjaar. Het kan je dan gebeuren dat je vastloopt in je mentale bagage en daarmee in je kijk op de wereld.

Op die momenten is mentale flexibiliteit essentieel om goed te blijven functioneren en om te zorgen dat je helder blijft zien. Je moet als het ware in staat zijn om de ene bril af te zetten, voordat je een nieuwe op zet. Mentale flexibiliteit zit puur in je mindset: als je denkt dat je niet kunt veranderen, dan is dat waarschijnlijk ook zo.

Flexibele zelfovertuiging

Wanneer iemand geen mentale flexibiliteit bezit en niet de overtuiging heeft om te kunnen veranderen, spreken we volgens Steemers van een starre zelfovertuiging. Wanneer een leidinggevende zo’n starre zelfovertuiging heeft, ziet deze vaak ook geen mogelijkheden bij zijn of haar medewerkers. Het is dus zaak dat je als leidinggevende beschikt over een flexibele zelfovertuiging, het tegenovergestelde van de starre variant. In dat geval ben je meer in staat om je medewerkers mee te laten denken over belangrijke beslissingen, wat ervoor zorgt dat je de medewerkers op tijd kunt attenderen op mogelijke veranderingen.

Resultaat hiervan is dat je medewerkers ook flexibeler om kunnen gaan met deze veranderingen en daardoor langer duurzaam inzetbaar blijven. Dit resulteert in medewerkers die flexibeler kunnen omgaan met veranderingen en daardoor langer duurzaam inzetbaar blijven.

Bron : Congres HRinspiratie: Lezing van Felix Steemers, Vrije Universiteit Amsterdam. Proefschrift: ‘Blijvende inzetbaarheid in langere loopbanen’.