Een goede werksfeer. Ruimte voor eigen inbreng. Op papier lijkt er weinig aan de hand. Toch geeft 71 procent van de vrouwen aan zichzelf te kunnen zijn op de werkvloer, tegenover 76 procent van de mannen. Onder vrouwen van 18 tot 34 jaar zakt dat percentage naar 66 procent. Een klein verschil op papier, maar een groot verschil in de praktijk.
Ingrid van der Chijs en Nancy Poleon zien dat verschil dagelijks terug. Zij noemen het geen persoonlijkheidskwestie, maar een organisatiekwestie.
Nancy Poleon ziet de ruimte om af te wijken kleiner worden zodra je in de minderheid bent. Wie geen sense of belonging voelt, spant zich onbewust in. Wie zich inspant, ontspant niet. En wie niet ontspant, zegt niet wat hij of zij écht denkt. Zo blijft een deel van het gesprek onuitgesproken, terwijl het op papier gewoon gevoerd lijkt te worden.
Ook doorgroeien verloopt weinig neutraal. Wie zichtbaar wordt, wie risico mag nemen, wie fouten mag maken: het zijn regels die zelden op papier staan. Toch bepalen ze wie vooruitkomt en wie op zijn plek blijft staan. Ingrid van der Chijs noemt het een probleem zodra één stijl structureel wordt beloond. Dan wordt succes een kwestie van aanpassen aan de norm, in plaats van een kwestie van resultaat.
Die aanpassing heeft een prijs, ook al is die prijs onzichtbaar. Minder openheid levert minder perspectieven op. Minder perspectieven laten scherpe randen aan een besluit onopgemerkt. Ingrid vat het krachtig samen: een organisatie zonder eerlijke feedback loopt met oogkleppen de toekomst in.
In de publicatie Vrouwversterkend Werkgeverschap gaan Ingrid van der Chijs & Nancy Poleon dieper in op de vraag hoe organisaties een werkomgeving creëren waarin iedereen zichzelf kan zijn én tot zijn recht komt.
Je ontdekt onder meer:
Nieuwsgierig?
En ontdek hoe vrouwversterkend werkgeverschap begint bij een eenvoudige vraag: mag en kan ik als vouw mezelf zijn op het werk?