Ik geef het meteen maar toe. Ik heb een haat-liefdeverhouding met de term duurzame inzetbaarheid. Het klinkt als iets dat je tegenkomt in een beleidsstuk waar net iets te lang aan is gesleuteld. Een containerbegrip en een beetje suf. En toch… elke keer als ik het wil vervangen, merk ik dat de term in de kern precies raakt waar het over gaat.
Als vitaloog kijk ik naar mensen in beweging. Naar energie, groei en ritme. En laat dat nu precies zijn wat duurzame inzetbaarheid probeert te vangen. Het gaat over inzetbaar zijn, niet als machine, maar als professional die wil bijdragen. En het gaat over duurzaam, dus niet alleen vandaag presteren, maar ook morgen en over vijf jaar nog met plezier en scherpte werken.
Voor HR-professionals is dat eigenlijk een sterk uitgangspunt. Het woord dwingt om verder te kijken dan verzuimcijfers of losse vitaliteitsinterventies. Het verbindt gezondheid, vakmanschap, leren, ontwikkelen, werkdruk en leiderschap tot één geheel. Mits je het niet laat verstoffen in beleidstaal.
Tegelijkertijd snap ik mijn eigen weerstand. Duurzame inzetbaarheid klinkt afstandelijk. Alsof mensen vooral ‘bruikbaar’ moeten blijven. En dat is precies waar HR het verschil kan maken. Want duurzame inzetbaarheid leeft niet in woorden en beleidstukken, maar in wat mensen dagelijks ervaren in hun werk.
In gesprekken hoor ik zelden iemand zeggen: “Ik wil werken aan mijn duurzame inzetbaarheid.” Wat ik wél hoor: “Ik wil energie overhouden.” Of: “Ik wil blijven groeien.” En: “Ik wil niet vastlopen.” Dáár zit de beweging.
Misschien is het dus niet de vraag of we het woord moeten afschaffen, maar wáár we het gebruiken. In beleid en strategie mag duurzame inzetbaarheid prima blijven staan. Het dekt de lading. In de praktijk werkt andere taal beter!
Woorden zoals toekomstkracht, vitaal vakmanschap of simpelweg werkenergie zijn begrippen die meteen iets oproepen. Ze nodigen uit tot een gesprek en helpen HR om duurzame inzetbaarheid tastbaar te maken voor leidinggevenden en teams.
Mijn persoonlijke favoriet? Blijvend in beweging. Omdat het precies zegt waar het om draait, zonder zwaar te worden.
HR-professionals zijn de vertalers tussen strategie en dagelijkse realiteit. Jullie bepalen of duurzame inzetbaarheid een containerbegrip blijft, of een levend thema wordt. Door andere woorden te kiezen. Door energie bespreekbaar te maken. Door ruimte te geven aan ontwikkeling die past bij vandaag én morgen. Dan wordt duurzame inzetbaarheid geen suf woord meer, maar een beweging waar mensen zich in herkennen.
Tip: Gebruik duurzame inzetbaarheid gerust in je beleid. Maar kies in je gesprekken deze week één ander woord. Vraag eens naar energie, toekomstkracht of waar iemand in beweging wil blijven. Grote kans dat het gesprek dan vanzelf gaat stromen.
Deze column is geschreven door vitaloog Klaas Koster, directeur/adviseur bij Vitalogisch, directeur/docent bij de Vitacademie en auteur van de boeken ‘Vitalogie’, ‘Lang zal je leefstijl’, ‘Vitaal leiderschap’, ‘Mentaal in balans’ en ‘Werkliefde (verschijnt sept. ‘26).