Artikel
13 apr '26
13 april '26
4 min

HR als beschermer van het hart van de organisatie

“Wie zou zijn collega willen vervangen voor een AI-agent?” Een vraag die als grap wordt gesteld door Jarno Duursma. Maar die later tijdens de lezing niet eens meer als toekomstmuziek klinkt. Volgens de technologie-expert, onderzoeker en spreker op het gebied van AI is er nu zoveel ophef over AI, omdat in deze fase taal is gedigitaliseerd. En daarmee ook ons denken.

Taal is denken. En denken is nu reproduceerbaar.

“Taal is de manifestatie van cognitieve intelligentie”, stelt Duursma. Met generatieve AI is niet alleen ons schrijven geautomatiseerd, maar ook een groot deel van ons redeneren, analyseren en structureren. Daarmee zijn we beland in wat hij ‘cognitieve overvloed’ noemt: een wereld waarin denkcapaciteit in principe onbeperkt beschikbaar is, tegen steeds lagere kosten.

Dat heeft directe gevolgen voor kenniswerk. Taken die eerder tijd, ervaring en concentratie vereisten, kunnen nu in slechts enkele minuten worden uitgevoerd. Niet per se beter dan door mensen, maar wél sneller, consistenter en schaalbaar. En die drie eigenschappen samen veranderen werk ingrijpend.

De vraag die dit oproept is niet of AI werk overneemt. Dat doet het al namelijk al. De vraag moet zijn: hoe organisaties en HR bepalen wat wordt overgenomen en wat niet.

Werk is geen functie, maar een verzameling taken

Een van de meest prikkelende inzichten uit Duursma’s verhaal is dat werk geen ondeelbaar geheel is. Het bestaat uit losse taken, routines en skills. Als we werk zo bekijken, kan ontbundeling ontstaan. Als we kijken naar HR, zien we in ieder team wel een collega die uitzonderlijk goede vacatureteksten schrijft of precies de juiste vragen stelt in een sollicitatiegesprek en complexe regelgeving helder kan uitleggen.

Door die specifieke vaardigheden expliciet te maken en vast te leggen, kunnen ze worden ‘gekopieerd’ en via AI beschikbaar worden voor iedereen in de organisatie. Het resultaat? Homogene kwaliteit en behoud van kennis, los van personen. En daar zit het spanningsveld. Als expertise overdraagbaar wordt, wat betekent dat dan voor de ontwikkeling van junioren, de waarde van ervaring en voor loopbanen en senioriteit.

Want wanneer een junior dezelfde output kan leveren als een senior (dankzij vastgelegde skills) komt direct de ongemakkelijke wat iemand nog senior maakt. “En of dit ethisch verantwoord is?”

Democratisering van expertise: vooruitgang of verschraling?

AI leidt tot wat Duursma een democratisering van expertise noemt. Kennis wordt breder toegankelijk en minder afhankelijk van individuele dragers. Voor HR is dit een kantelpunt. Want op het moment dat medewerkers hun informatie, advies en uitleg net zo makkelijk bij een AI-systeem ophalen als bij een mens, verandert de rol van HR.

Waar HR onvervangbaar blijft

Volgens Duursma is het een misvatting dat AI banen vervangt. AI vervangt taken. En juist daardoor wordt scherper zichtbaar waar mensen het verschil maken. HR blijft onmisbaar op domeinen die zich niet laten automatiseren. Zoals ethiek en moreel oordeel, duiding en contextualisering, het stellen van de juiste vragen, adaptiviteit en creativiteit en het maken van echte verbinding.

Als voorbeeld schetst Duursma het volgende: een medewerker kan prima aan een AI-systeem vragen hoe het opleidingsbudget werkt. Maar de verdieping zit in het gesprek daarna. Waarom wil je deze opleiding volgen? Waar loop je vast? En wat zegt dat over je plek in de organisatie? “Dat zijn precies de onvervangbare skills van HR.”

Economische druk versus de menselijke maat

Daarmee komt HR in een spanningsveld dat alleen maar scherper wordt. Aan de ene kant de economische realiteit: concurrentie, productiviteit, kostenbeheersing. Aan de andere kant de menselijke maat: werkgeluk, ontwikkeling en betekenisvol werk.

In veel boardrooms wordt AI primair bekeken als efficiency-instrument. Sneller, goedkoper, schaalbaarder. HR heeft hier een dubbele taak. Niet alleen zorgen dat organisaties technologisch kunnen meedoen, maar ook bewaken dat werk niet wordt uitgehold tot een optelsom van efficiënte taakjes zonder ziel.

“HR is de beschermer van het hart van de organisatie”, aldus Duursma. “Want organisaties die hun moreel kompas uitbesteden aan technologie, winnen misschien op korte termijn, maar verliezen op de lange.”

Niet alles wat kan, moet

Misschien is dat wel de belangrijkste les: AI confronteert ons niet met wat mogelijk is, maar met wat wenselijk is. Welke taken mógen verdwijnen en welke moeten blijven? Waar draagt automatisering bij aan werkgeluk, en waar ondermijnt het dat? Wanneer versterkt technologie menselijk werk, en wanneer verdringt het de essentie ervan?

Wie die rol serieus neemt, hoeft niet bang te zijn voor AI. Maar moet wél durven zeggen: dit is efficiënt, maar is het ook goed en draagt het bij aan werkgelukkige medewerkers?

Dit artikel is geschreven naar aanleiding van een lezing die Jarno Duursma gaf tijdens het Jaarcongres HRM bij Driessen Groep.

Femke Beemer
Hoofdredacteur