We hoeven er geen doekjes om te winden: de cijfers rond mentale uitval op de werkvloer zijn zorgwekkend. In Vlaanderen is het totaal aantal dagen afwezigheid op het werk door mentale problemen zelfs al groter geworden dan het totaal aan verlofdagen. En of men nu de DIX of de TNO of een andere berekenwijze gebruikt om de kost van deze uitval te berekenen, wie deze problematiek van dichtbij opvolgt weet dat de werkelijke kostprijs voor het bedrijf altijd hoger ligt.
Heel wat zaken zoals het verlies van goede werkkrachten en knowhow, het ‘besmettelijke’ ervan op de werkvloer, misschien zelfs je reputatie als werkgever die een deuk krijgt en andere goede kandidaten afschrikt, het zijn zaken die amper in die berekeningen meegenomen worden. Men zou dus denken dat er voldoende red flags zijn om iedereen die met het mentale welzijn binnen het bedrijf bezig is te alarmeren op tijd. En toch verbazen we ons zo vaak over de mate waarin soms gewacht wordt tot iemand in het absenteïsmeverhaal is terecht gekomen tot alle alarmbellen afgaan. Of hoe men, als men al preventief te werk gaat, uiteindelijk met (vermoedelijk goedbedoelde) interventies afkwam waarvan we al konden voorspellen dat dit niks meer ging helpen. Het is als water naar de zee dragen. Omdat men te laat in actie komt binnen de aaneenschakeling van problemen die zich ontwikkelt. Uit onze recente studieresultaten blijkt bovendien dat juist het tijdig (h)erkennen van Fight or Flight-gedrag en -kenmerken daarin van cruciaal belang is.
Als pionier van de Nederlandstalige gevalideerde en genormeerde veerkrachtmeetschalen zijn we de laatste twintig jaar zeer intens betrokken geweest bij allerhande studies en interventies over burn-out. Wat ons echter steeds meer begon op te vallen is dat veel van hun klachten en manier van handelen en denken eigenlijk puur fight or flight gedrag was. Het deed zoveel stukken van de puzzel passen. En het verklaarde ook meteen waarom veel van die mensen diagnoses als hoogsensitiviteit of PDS/Prikkelbaredarmsyndroom naar het hoofd geslingerd kregen. Of waarom leerkrachten telkens ‘toevallig’ bij het begin van een vakantie ziek werden en pas dan beseften hoe lang ze zich op adrenaline rechtgehouden hadden. Maar nu de boog wat minder gespannen stond, de volle rekening gepresenteerd kregen.
Evolutionair gezien is het fight or flight system een fantastisch systeem. Wanneer ons stressresponscentrum in ons brein bij zijn voortdurende risicoanalyse van de wereld om zich heen plots tot de conclusie komt dat er groot gevaar nadert, mogelijks zelfs levensbedreigend, dan neemt het sympathische deel van ons autonome zenuwstelsel het commando over: alle prioriteit moet nu naar overleven gaan! Het eerste systeem wat daarbij uitgeschakeld wordt, is ons hele verteringsstelsel. Dat verklaart dus de link met het Prikkelbaredarmsyndroom. En natuurlijk ook misselijk worden of diarree bij stress. Heel wat stresshormonen als adrenaline en insuline en dergelijke stromen rijkelijk, want het lichaam moet optimaal in staat zijn om te kunnen vluchten of vechten om de overlevingskansen te maximaliseren.
Pas wanneer het gevaar geweken is, zullen stresshormonen als cortisol het lichaam weer naar zijn toestand van rust en herstel brengen en neemt het parasympatische deel van het autonome zenuwstelsel het weer over. Een systeem dat uiteraard veel complexer is dan hoe we het hier kort door de bocht beschrijven, maar hoe dan ook een systeem dat nooit bedoeld was om 24 uur per dag geactiveerd te zijn. En daar begint het verkeerd te lopen bij chronische (werk)stress.
Goedbedoelde systemen beginnen destructief te worden, waarbij zoals aangegeven een duidelijke aaneenschakeling van gevolgen te zien is. Zo zal de overmatige blootstelling aan cortisol de verbindingen tussen de hersencellen zichtbaar beginnen te beschadigen; wat gelinkt wordt aan cognitieve problemen en depressie. De productie van histamine ontspoort, wat het brein nog meer in een status van hoge paraatheid wil houden. En het brein begint meer en meer in ‘hypervigilantie’ te blijven: het is zich voortdurend aan het voorbereiden op ‘de volgende aanval’. We beginnen dan ook steeds meer drie typische uitspraken te horen bij dergelijke personen: ‘ik kan mij steeds minder ontspannen’, ‘ik weet dat mijn reacties niet meer in proportie staan tot wat het nu uitgelokt heeft, maar ik kan het steeds minder beheersen’, en het ‘wij-zij-denken’ begint steeds meer aanwezig te zijn. En uiteindelijk is het meest gevreesde eindstationnetje in deze keten van gevolgen de ‘chronische laaggradige ontsteking in het brein’, wat steeds meer aan de basis gezien wordt van heel ernstige breinpathologie zoals Alzheimer of Parkinson.
Om deze redenen ontwikkelden we de nieuwe Fight or Flight op de Werkvloer Schaal (FFWS). Deze omvat twee delen. Deel één meet de mate waarin de respondent dit bij zichzelf herkent (met zes subschalen). Deel twee kijkt of dit een structureel probleem is op de werkplek, door na te gaan of men deze kenmerken bij de collega’s bemerkt.
We lieten via het JOHAN testportaal een duizendtal mensen zowel de FFWS alsook onze ‘Burn-outscan’-meetschaal invullen en de resultaten waren verpletterend. We zien immers een bijna een-op-een correlatie (.89) tussen de score bij iemand op deel een van de FFWS en diens score op de Burn-outscan-meetschaal (zie tabel 1). We kunnen nu dus perfect wetenschappelijk aantonen dat wie steeds meer kenmerken en klachten van dat fight or flight gedrag begint te vertonen overduidelijk richting burn-out aan het gaan is. Of afhankelijk van de ernst van de scores er middenin zit. En dankzij de zes subschalen kan men dan ook prioriteiten stellen in de behandeling.
Want bij iemand die geheel geblokkeerd zit in die hypervigilantie zal het geen enkel nut hebben om met een passieve activiteit zoals mindfulness of yoga af te komen. Het brein bevindt zich op dat moment niet in de juiste state of mind om met een dergelijke activiteit voldoende afgeleid te worden van het overdenken en piekeren. Het zal dus niet verwonderen dat we in ons gehele begeleidingstraject dat we uitgebouwd hebben rond dit probleem ook duidelijk onderscheid maken tussen: onmiddellijke interventies die men kan doen op het moment van zo’n heftige confrontatie waarbij men in fight or flight zou durven gaan. Of zaken die men structureel tijdens de week kan doen om de stressbalans te bewaken. En uiteindelijk zaken die men als leidinggevenden of organisatie kan doen. Dit steeds vertrekkend vanuit ons eeuwige motto dat de eerste vraag, indien men het werkelijk meent met het mentale welzijn op je werkvloer, altijd zou moeten zijn: ‘wat heb je nú nodig om weer verder te kunnen?’. En daar loopt het zo vaak fout, door telkens weer ongeacht de state of mind van die persoon met hetzelfde eenheidsworst-standaardbehandelprogramma aan te komen.
We hopen niet enkel dat deze nieuwe meetschaal zal helpen om sneller de ernst van de situatie in te schatten, maar tevens om meer rekening te houden met het feit dat sommige groepen, zoals personen met autismespectrumstoornissen (ASS), ADHD, hoogsensitiviteit, enz., meer kwetsbaar in dit verhaal staan en extra baat kunnen hebben bij de adviezen die we aanreiken daaromtrent.
Graag verloten we 3 gesigneerde exemplaren van het nieuwe boek ‘Fight or Flight op de Werkvloer’ van Michaël Portzky onder de lezers. Laat de redactie weten dat jij dit boek zou willen winnen. En meld je direct aan voor de Trends in HR-nieuwsbrief.
Dit artikel is geschreven door neuropsycholoog Michaël Portzky.