Artikel
28 dec '10
28 december '10
2 min

Werkkosten­re­ge­ling politieke ambtsdragers

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is bezig met het wijzigen van een aantal rechtspositiebesluiten voor politieke ambtsdragers. Dit in verband met het invoeren van de werkkostenregeling voortvloeiend uit de Fiscale Vereenvoudigingswet 2010 (Staatsblad 2010 nr. 611).  Uitgangspunt is een beleidsarme omzetting van de huidige rechtspositiebepalingen. Het aansprakenniveau voor de betrokken ambtsdrager wijzigt geenszins.

De wijzigingen houden in dat:

  • bruto vergoedingen worden gedebruteerd waardoor de vergoeding, door toepassing van het 52%-tarief, 108,30% goedkoper worden voor werkgevers. Tegelijkertijd worden werkgevers verplicht om de gedebruteerde vergoedingen onder de werkkostenregeling aan te wijzen als eindheffingsbestanddeel, wat werkgevers potentieel 80% aan belastingheffing kost. Op die manier blijven de vergoedingen in netto termen voor de politieke ambtsdrager gelijk, terwijl werkgevers 108,30 % – 80% = 28,30% voordeel kennen.
  • de belastingheffing over verstrekkingen bij dezelfde partij (de werkgever of de politieke ambtsdrager zelf) neer te leggen als nu het geval is. Later wordt bekeken of de rechtspositiebesluiten fiscaal nog aantrekkelijker kunnen worden gewijzigd door bijvoorbeeld voor onderdelen van de onkostenvergoeding gebruik te maken van gerichte vrijstellingen.

De wijzigingen die op dit item betrekking hebben treden waarschijnlijk, indien noodzakelijk met terugwerkende kracht, in werking per 1 januari 2011 en worden gepubliceerd in het Staatsblad.

Na publicatie wordt de gemeente spoedig geïnformeerd over de gevolgen van deze wijzigingen voor de genoemde bedragen indien de gemeente besluit de werkkostenregeling in te voeren.

Bron:     Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)