Artikel
19 jul '12
19 juli '12
3 min

Werken in de publieke sector: feiten en cijfers

Onlangs heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het rapport “Werken in de publieke sector. Feiten en cijfers 2012” gepubliceerd. Dit rapport toont een aantal opvallende resultaten. Wij zetten de belangrijkste bevindingen voor u op een rijtje.

Grote werkgever
De Nederlandse overheid is een grote werkgever. Bijna een miljoen werknemers, 12% van het aantal werkzame personen in Nederland, werkt bij een van de 2360 overheidswerkgevers. We hebben het dan bijvoorbeeld over ministeries, politie, gemeenten en scholen voor primair onderwijs. Het uitgebrachte rapport beschrijft de ontwikkelingen op het gebied van de financieel-economische situatie, de personeelsomvang, de personeelsmobiliteit, lonen en loonontwikkeling, pensioenen en secundaire arbeidsvoorwaarden.

Financieel-economische situatie
Tussen 2000 en 2010 zijn de productiekosten van de Nederlandse overheid, bestaande uit personeelskosten, inkoop goederen en diensten en afschrijvingen, sterk gestegen. Daarbij past de kanttekening dat in 2010 en 2011 de omvang van externe inhuur sterk is gereduceerd. Toch hebben we nu op Denemarken na de hoogste productiekosten van de OESO.

Personeelsomvang
In totaliteit is de personeelsomvang binnen de overheid de afgelopen jaren afgenomen. Dit geldt voor vrijwel alle sectoren. Redenen hiervoor zijn demografische ontwikkelingen en bezuinigingen. Zo worden bijvoorbeeld vrijgekomen banen niet altijd meer opgevuld met nieuw (jonger) personeel. Binnen de universitair medische centra daarentegen is al een paar jaar sprake van een toename van de personeelsomvang. Dit past in het beeld dat door de vergrijzing in toenemende mate een beroep op zorg wordt gedaan.

Wanneer we naar de aantallen werknemers kijken die in de verschillende sectoren werken, dan is de VVT-sector (Verpleeg- en verzorgingshuizen en Thuiszorg) koploper: in 2011 werkten daar 435.000 werknemers. Ter illustratie: de aantallen voor gemeenten en primair onderwijs zijn 170.060 resp. 184.380.

Verrassenderwijs – afgezet tegen de hoge productiekosten – heeft Nederland internationaal gezien relatief weinig ambtenaren: 6,03% van de totale bevolking is werkzaam als ambtenaar. Bijvoorbeeld Frankrijk, Verenigde Staten en Groot-Brittannië kennen hogere percentages.

Personeelsmobiliteit
Wat met name opvalt in de gepresenteerde cijfers is de afname van de instroom van jongeren bij de sector openbaar bestuur: sinds 2007 is de instroom van jongeren met liefst 63% afgenomen. Sowieso is het aandeel jongeren (<30 jaar) binnen het openbaar bestuur gedaald met 15,3%. Daar staat tegenover dat het aandeel 55+ is toegenomen met 28,3%. De komende tijd ligt er dus een forse uitdaging voor met name de sector openbaar bestuur om de arbeidsmarktpositie te verbeteren, zeker omdat veel medewerkers vanwege pensionering de organisatie gaan verlaten en de arbeidsmarkt verkrapt.

Lonen en loonontwikkeling
Tot en met 2010 houdt de loonontwikkeling van de overheid gelijke tred met die van de marktsector. Omdat vanaf 2010 het kabinet de overheidsfinanciën weer op orde moet krijgen, heeft het meerjarig de lonen bevroren. In het kader van aantrekkelijk werkgeverschap kan dit een achterstandspositie ten opzichte van het bedrijfsleven opleveren.

Pensioenen
De pensioenkosten zijn bij de overheid relatief hoger dan in de markt. Afgaande op de cijfers van het CPB van 2011 wordt gemiddeld 36% van de loonkosten in de overheid besteed aan oudedagsvoorzieningen (kosten van aanvullend pensioen en AOW samen). Zonder hervorming van de ABP-regeling zullen deze kosten alleen maar hoger worden.

Secundaire arbeidsvoorwaarden
We sluiten af met bevindingen  over secundaire arbeidsvoorwaarden. Op basis van een flitspanelonderzoek van het ministerie van BZK in 2012 blijkt dat een grote meerderheid van de overheidswerknemers meer keuzevrijheid wil hebben bij secundaire arbeidsvoorwaarden. Daarbij is een keuzebudget het populairst, al dan niet gedifferentieerd naar bepaalde groepen. Vooral ouderen (>55 jaar) hebben aangegeven dat zij graag differentiatie willen voor speciale groepen. Het bestaan van ouderenregelingen is hier niet vreemd aan.

Tot slot
De gepresenteerde cijfers en feiten geven een goed beeld van de ontwikkelingen in de publieke sector en bieden aanknopingspunten voor een effectief HR-beleid. Voor HRM’ers is er dus genoeg werk aan de winkel!

Bron: Rijksoverheid.nl