Artikel
2 mei '11
2 mei '11
3 min

Tweede Kamer positief over wetsvoorstel om ambtelijke status te schrappen

Het aanpassen van de rechtspositie van ambtenaren blijft de gemoederen bezig houden. Het wetsvoorstel van het CDA/D66 om de arbeidsverhoudingen gelijk te trekken met het private bedrijfsleven kan op stevige kritiek rekenen van de Raad van State. Aan de andere kant steunt een Kamermeerderheid van de Tweede Kamer het initiatiefwetsvoorstel.   

Principes
Voor de aanpassing van de rechtspositie van ambtenaren worden veel argumenten gebruikt. Volgens de indieners van het voorstel kan het bijvoorbeeld financiële voordelen hebben, omdat er minder tijd en geld gaat zitten in tijdrovende en dure ontslagprocedures voor ambtenaren. De berekeningen daaromtrent variëren echter zeer sterk, waardoor daar geen concreet bedrag aan gekoppeld kan worden. Ook worden vergroting van de arbeidsmobiliteit en het verbetering van het imago van ambtenaren genoemd als voordelen bij aanpassing van de huidige rechtspositie.

Deze argumenten vallen echter in het niet tot de principiële overtuiging die voorstanders van de aanpassingen delen, dat de rechtspositie van ambtenaren gelijk zou moeten zijn aan die van werknemers in het bedrijfsleven. De bijzondere status die ambtenaren nu genieten geeft een verkeerd signaal af en demotiveert hard werkende ambtenaren omdat zij zien dat collega’s die ‘de kantjes er vanaf lopen’ er dankzij de ontslagbescherming mee weg komen. In tijden van bezuinigingen en flexibilisering van de arbeidsmarkt is de ambtelijke status simpelweg niet meer van deze tijd.

Kritiek
De Raad van State laat in haar kritiek op het voorstel geen spaan heel van alle argumentatie, zeker op kostengebied worden vraagtekens gesteld bij de mogelijke besparingen. Zo wordt aangegeven dat als de rechtspositie meer ‘marktconform’ moet worden, het salaris daar ook op aangepast moet worden. Dit kan voor topambtenaren, als men zich gaat spiegelen aan het bedrijfsleven, een sterke salarisverhoging betekenen. Immers, de Balkenende-norm hoeft dan niet meer leidend te zijn. Ook trekt de Raad de verbetering van het imago na aanpassing in twijfel. De oorzaak voor het soms negatieve imago zou veel meer voortkomen uit het feit dat ambtenaren formeel en feitelijk de vrijheid van burgers in kunnen perken, dan vanuit de huidige rechtspositie.

Meningen blijven verdeeld
De discussie over de rechtspositie van ambtenaren is niet nieuw, maar wordt met vernieuwde energie gevoerd. De voor- en tegenstanders lijken daarbij gebruik te maken argumenten die op twee totaal verschillende vlakken liggen. De Raad van State bekritiseert het voorstel vanuit een ‘cijfermatige’ benadering dat de voordelen van de aanpassing niet duidelijk en aantoonbaar zijn. De voorstanders (D66, CDA, VVD, PVV) voeren veel meer de niet te meten ‘principiële overtuiging’ aan als argument om de rechtspositie aan te passen. De huidige verwachtingen zijn dat ondanks de Kamermeerderheid in de Tweede Kamer, het initiatiefwetsvoorstel toch sneuvelt in de Eerste Kamer. Vanuit Driessen houden we ontwikkelingen omtrent dit onderwerp uiteraard scherp in de gaten. Mochten er zich nieuwe feiten voortdoen, dan zullen we dit op onze newsfeed, www.driessen.nl/goedbekend melden.

Bron: Binnenlands Bestuur