Artikel
17 nov '11
17 november '11
3 min

Brief AOb naar Tweede Kamer over onderwijstijd

Op woensdag 16 november 2011 behandelt de Tweede Kamer de wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met onderwijskwaliteit, onderwijstijd en vakanties. De AOb is van mening dat de minister zonder overleg met het onderwijsveld en daarmee ook zonder draagvlak wetgeving wil invoeren die de onderwijskwaliteit raakt.

De AOb heeft een brief gestuurd naar de leden van de Vaste Commissie over Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van de Tweede Kamer, waarin de bond opnieuw aandacht vraagt voor de behandeling van het wetsvoorstel onderwijstijd en vakanties in het vo.

Samenvatting van de inhoud van de brief
In de brief vraagt de AOb aandacht voor het volgende:

  • In de voorgestelde wetgeving wordt de onderwijstijd van 1000 naar 1040 uur per schooljaar. Voor die extra uren wordt geen extra bekostiging beschikbaar gesteld.
  • Verhogen van de onderwijstijd leidt niet tot de gewenste verbetering, maar tot grotere klassen en een hogere werkdruk voor leraren. Hierdoor ontstaat het gevaar dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van het onderwijs.  Daarom heeft de AOb bij de cao-vo-onderhandelingen zwaar ingezet op verlaging van de werkdruk door de lesuren in het taakbeleid aan te passen van 25 naar 23 lessen per week. Deze aanpassing kan budgetneutraal worden ingevoerd.
  • De minister is van mening dat door het verminderen van vakantiedagen de werkdruk wordt verlaagd. Leraren hebben dan meer tijd voor overige taken, zoals rapportvergaderingen en deskundigheidsbevordering.  AOb heeft echter vanuit het onderwijsveld te horen gekregen dat leraren de werkdruk ervaren in lesgebonden activiteiten en niet zozeer in niet-lesgebonden taken. Leraren willen dat de lestaak via de cao wordt verlaagd. Hierover is niets geregeld in het omstreden wetsvoorstel.
  • De AOb heeft de cao-vo 2011-2012 niet ondertekend omdat de werkgevers geen afspraken wilden maken over verlaging van de werkdruk. Daar komt bij dat er geen salarisverhogingen in het vooruitzicht worden gesteld, waardoor er ook geen mogelijkheden zijn om over secundaire arbeidsvoorwaarden te onderhandelen.
  • Werkgevers en werknemers hebben overeenstemming bereikt om de 5 roostervrije dagen voor leerlingen als vrije dagen voor de leraren aan te merken. De minister wil nu bij wet regelen dat de vijf dagen worden teruggeschroefd naar drie. De twee overgebleven dagen moeten de leraren werken, terwijl de leerlingen vrij zijn. Bovendien worden de wettelijke feestdagen die in de vakantieperiode vallen niet langer gecompenseerd voor onderwijspersoneel.

Verzoek van de AOb aan de Vaste Commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
De AOb besluit de brief met het verzoek aan de Vaste Commissie voor O, C en W om gehoor te geven aan de wensen van het onderwijsveld en niet in te stemmen met de wetswijziging.

 

Bron: Algemene Onderwijsbond

Miriam Teunissen
HRM consultant bij Reijn