Artikel
27 apr '12
27 april '12
4 min

Belangrijkste gevolgen crisisakkoord voor (semi)publieke sector

Na de stukgelopen onderhandelingen in het Catshuis was de vraag of Nederland de begroting nog op tijd op orde kon krijgen voor de deadline van 30 april die gesteld was door de Europese Unie. Onder grote druk is het vijf politieke partijen (VVD, CDA, D66, ChristenUnie, GroenLinks) gelukt om een crisisakkoord samen te stellen, waarbij het begrotingstekort van de overheid teruggedrongen wordt tot maximaal 3%. De belangrijkste gevolgen van het akkoord voor de arbeidsmarkt en de (semi)publieke sector hebben wij voor u verzameld.

Loonmatiging

  • Ten aanzien van de lonen voor ambtenaren (excl. zorg) geldt voor 2 jaar een nullijn. De tranches voor de loonbijstelling voor 2012 en 2013 worden ingehouden voor de contractloonstijging. Het crisisakkoord lijkt geen gevolgen te hebben voor het recentelijk gesloten principeakkoord CAO Gemeenten . Dat principeakkoord gaat met terugwerkende kracht in per 1 juni 2011 en loopt  tot 31 december 2012. Het voorgestelde pakket aan maatregelen, zoals genoemd in het crisisakkoord, gaat in per 1 januari 2013. De CNV publieke zaken laat in een reactie weten: “Aangezien de ingangsdatum van het crisisakkoord de looptijd  van het CAO akkoord ( 1 juni 2011 -31 december 2012) niet doorkruist,  heeft het crisisakkoord geen consequenties voor het bereikte akkoord CAO gemeenten”.
  • In overleg met de sector zal 75 miljoen extra worden uitgetrokken om de kwaliteit van leraren en schoolleiders te versterken.
  • De maximumduur van de wachtgeldregeling voor politici wordt per 1 september 2012 gelijkgesteld aan de maximum WW-duur.
  • Ook hogere inkomens zullen in deze tijd een extra bijdrage moeten leveren aan het oplossen van de begrotingsproblematiek. Hogere inkomens (inclusief bonussen) worden in 2013 tijdelijk extra belast met een werkgeversheffing (“eenmalige crisisheffing”: opbrengst van 500 mln). Daarnaast wordt de werkgeversheffing op excessieve vertrekbonussen verhoogd van 30 naar 75%.

Arbeidsmarkt

  • Werkgevers gaan de eerste zes maanden van de WW uitkering betalen. Daartegenover staat dat ontslagvergoedingen worden beperkt. Het resterende deel van de ontslagvergoeding wordt gebruikt voor (om)scholing van werk-naar-werk trajecten. Ontslagregelingen worden op deze manier activerende ontslagregelingen, die ingezet worden ten behoeve van scholing en toeleiding naar een andere baan. De duur en hoogte van de WW-uitkering blijft ongewijzigd.
  • Omdat deze wijzigingen pas in 2014 effectief worden, zal de WW-premie voor werkgevers in 2013 tijdelijk worden verhoogd.

Pensioen

  • De pensioengerechtigde leeftijd zal worden verhoogd. De eerste stap wordt al in 2013 gezet, door de AOW-leeftijd in dat jaar met 1 maand te verhogen. In de jaren daarna zal de AOW-leeftijd – in stappen – verder worden verhoogd. Dit leidt ertoe dat uiterlijk in 2019 de pensioengerechtigde leeftijd van 66 wordt bereikt, en uiterlijk in 2024 een leeftijd van 67. Een overgangsregeling kan de omvang van de inkomensgevolgen beperken voor mensen die weinig mogelijkheden hebben om het verlies te compenseren.
  • Daarna wordt de AOW-leeftijd aan de levensverwachting gekoppeld. In 2014 zal de pensioenleeftijd voor aanvullende pensioenen worden verhoogd naar 67 jaar. Met deze maatregel wordt uitsluitend nieuwe opbouw geraakt.
  • Het beschikbare budget voor de extra ‘doorwerkbonussen’ wordt beëindigd. Tevens zal het beschikbare budget voor ‘mobiliteit’ na 2013 niet verder toenemen.

Gezondheidszorg

  • In de gezondheidszorg worden maatregelen genomen om de stijgende AWBZ-kosten te beperken, zullen mensen meer gaan bijdragen aan de stijgende kosten (waarbij lage inkomens voor het eigen risico een compensatie ontvangen via de zorgtoeslag) en worden scherpe afspraken gemaakt met instellingen. Gezamenlijk leveren deze maatregelen 1,6 miljard op.
  • Er wordt onderzoek gedaan naar hoe het norminkomen van medisch specialisten meer in lijn gebracht kan worden met collega’s in andere landen.

Overige maatregelen

  • In de sectoren onderwijs en zorg wordt de efficiency vergroot door de administratieve regeldruk aan te pakken. Op de Rijksbegroting worden diverse taakstellingen doorgevoerd (875 mln structureel).
  • Een deel van maatregelen in het pakket van 18 mld komt (deels) te vervallen voor een bedrag van 1 mld. Het gaat in het bijzonder om passend onderwijs (100 mln), griffierechten (240mln), natuur (200 mln), PGB’s (150 mln), openbaar vervoer (100 mln), eigen bijdragen GGZ (40 mln), huishoudinkomenstoets (54 mln) en preventieve/palliatieve zorg (100 mln). De veelbesproken verhoging van de BTW podiumkunsten (48 mln) komt ook te vervallen.

Bron: Concept stabiliteitsprogramma Nederland, uitgave Rijksoverheid