Artikel
2 feb '09
2 februari '09
5 min

Belangrijke aandachts­punten voor een nieuwe CAO BVE

De afgelopen maanden hebben de onderhandelaars van de AOb moeten besteden aan de uitwerking van de afspraken uit het Convenant LeerKracht. Deze afspraken zijn vanaf 1 januari opgenomen in de gewijzigde CAO-BVE 2007-2009. Deze CAO liep tot 1 februari 2009 en inmiddels zijn de onderhandelingen gestart over een nieuwe cao. Voor deze onderhandelingen is op basis van een enquête en een aantal ledenbijeenkomsten door de Sectorraad BVE een inzet vastgesteld. De AOb gaat onderhandelen over de volgende 10 punten.

1. Inkomen
De AOb wil voor 2009 een marktconforme salarisontwikkeling, waarvan een deel in procenten en een deel in centen. We gaan uit van een loonruimte van 3,5%.
Omdat ondersteunend personeel nauwelijks profiteert van het Aktieplan Leerkracht, willen we in de af te sluiten cao een verbetering van de arbeidsvoorwaarden voor het OBP. Hiertoe wordt een vloer in de looneis opgenomen. Die moet ertoe leiden dat iedere werknemer in de lagere schalen er tenminste 60 euro per maand bruto op vooruit gaat.

2. Taakbelasting en werkdruk
De AOb wil op grond van de huidige ervaringen een duidelijke toelichting op de afspraken over taakbeleid. Voorafgaand aan de verdeling van de werkzaamheden binnen de teams moet een taakbelastingbeleid met de PMR overeengekomen zijn. In overleg met de PMR worden vooraf specifieke kaders vastgesteld, waarmee de leidinggevende het onderlinge gewicht van de taken van de medewerkers kan bepalen.
De organisatie van het primaire proces wordt op de instellingen ingericht op competentiegericht onderwijs. Hiervoor zijn middelen beschikbaar gesteld door de rijksoverheid. Deze middelen zijn bedoeld om extra handen in het primaire proces te realiseren. De werkgever verschaft de PMR inzicht in deze middelen en voert met de PMR overleg over de inzet ervan.

3. Zeggenschap van leraren over de inrichting en uitvoering van het onderwijs
In het Convenant LeerKracht is afgesproken dat de leraar in de dagelijkse onderwijspraktijk over professionele ruimte moet beschikken om zijn werk goed te kunnen doen. Vooruitlopend op een Professioneel Statuut willen wij in de cao 2009 vastleggen dat de teams worden betrokken bij de besluitvorming over de invoering van competentiegericht onderwijs en dat zij professionele ruimte ten aanzien van de inrichting en uitvoering van het onderwijs krijgen.
Daarnaast moeten de medezeggenschapsraden, op het laagst mogelijk niveau binnen de instelling, nadat de teams hierover gehoord zijn, instemmen met het overschakelen van een opleiding op competentiegericht leren.

4. Gelijke arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers, vast, flex of payroll
Tijdelijke arbeidskrachten zijn er voor vervanging en tijdelijke activiteiten. Inleenkrachten worden door de werkgever voor wat betreft beloning, toelagen, onkostenvergoedingen, de toepassing van het taakbeleid en de arbeids- en rusttijdenregeling op dezelfde wijze behandeld als de werknemers die onder de CAO vallen. De werkgever is op grond van de CAO verplicht dit te bedingen in de overeenkomst die met de uitlenende instantie wordt gesloten.
Het algemeen verbindend verklaren van de cao om de werkingssfeer uit te breiden naar private aanbieders moet worden onderzocht.

5. Combineren arbeid en zorg
Zeggenschap over de indeling van de dagelijkse werktijden zorgt ervoor dat werknemers werk en privé goed kunnen combineren. Met het oog op de verantwoordelijkheden en de persoonlijke omstandigheden van de individuele werknemer dient zoveel mogelijk een vast en ruim van te voren bekend arbeidspatroon nagestreefd te worden.
Daar waar mogelijk wordt telewerken gestimuleerd. Tijd- en plaatsgebonden werken dient beperkt te worden tot daadwerkelijk noodzakelijke aanwezigheid.
Het aantal dagdelen waarop parttimers worden ingezet dient evenredig te zijn aan de betrekkingsomvang. Het beschikbaarheidschema dient daarom te vervallen.

6. Arbeidsongeschiktheid WIA en WGA
De huidige CAO-BVE bevat geen harde garantie dat een werknemer, die minder dan 35% arbeidsongeschikt is, in dienst blijft van de werkgever. Wij willen dat deze werknemer in dienst blijft en zo nodig in aangepast werk re-integreert.
Voor de categorie 35% tot 80% arbeidsongeschikten wil wij de afspraak dat de werknemer in de gelegenheid wordt gesteld voor 50% van zijn restcapaciteit te re-integreren of dat de werkgever een collectieve IPAP-verzekering aanbiedt.

7. Reiskosten
De sector BVE kent de laagste vergoeding voor woon-/werkverkeer in vergelijking met andere onderwijssectoren. In de voorafgaande cao was de afspraak opgenomen dat partijen zouden overleggen over een gewijzigde regeling. Werkgevers hebben zich niet aan deze afspraak gehouden. De AOb wil vanaf 2009 een vergoeding voor de reiskosten van woon-/werkverkeer van 15 cent per kilometer, ongeacht de wijze waarop wordt gereisd. De vergoeding wordt berekend vanaf 5 km enkele reis tot een maximum van 30 km enkele reis.

8. Beoordelen en belonen
Het Convenant LeerKracht verplicht ons om andere afspraken te maken over beoordelen en belonen. Het systeem uit de CAO HBO wordt overgenomen. Het toekennen van de periodiek wordt daarbij onderdeel van een beoordelingscyclus. Voorafgaand aan het beoordelingsgesprek moet er een mogelijkheid zijn geweest om afspraken te evalueren en bij te stellen. In het beoordelingsgesprek wordt in principe niet negatief geoordeeld over zaken die niet eerder aan de orde zijn gekomen in een functionerings- of loopbaangesprek. De beoordeling vindt plaats op basis van de functie. De beoordeling is goed, wanneer is gefunctioneerd op het bij de functie passende normale niveau. Wanneer regelmatig of voortdurend onder het bij de functie passende normale niveau is gefunctioneerd, is de beoordeling onvoldoende. Vindt geen beoordeling plaats, dan wordt automatisch een periodiek toegekend.

9. Opname BAPO
De AOb wil in een toelichting geregeld zien dat het BAPO-verlof kan worden opgenomen op een door de werknemer gewenste wijze, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet.
Bij gebruikmaking van de BAPO wordt het aantal inzetbare dagen naar rato (met 10%, respectievelijk 20%) verminderd. Ook de toedeling van werkzaamheden (artikel F-6) gaat naar rato.

10. FUWA-BVE
In de cao 2009 willen we afspraken maken over onderhoud van het functiewaarderingssysteem FUWA-BVE. Een gevolg van het Convenant LeerKracht is dat hierbij nadrukkelijk gekeken moet worden naar herijking van de waardering van de onderwijstaken.